zaterdag 23 januari 2010

Bij Jezus ligt de lat nooit te hoog!

Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.

Het staat geschreven bij de profeet Jesaja:
‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit,
hij zal een weg voor je banen.
Luid klinkt een stem in de woestijn:
“Maak de weg van de Heer gereed,
maak recht zijn paden!”’
Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’
In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’
Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem.

Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde. Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’
Marcus 1:1-15.

¨Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest¨. Johannes heeft het hier over Jezus. Hij zegt in Mattheüs 3: ¨ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen.¨ En dat terwijl Jezus over hem zegt dat hij (Johannes de Doper) de grootste mens is die ooit op Aarde zal leven, maar dat de kleinste in Gods koninkrijk groter is dan hij! Dan ligt de lat wel erg hoog, zou je zeggen. Zo hoog, dat wij hem vanuit deze gebroken wereld niet eens kunnen aanraken, laat staan, eroverheen gaan. Toch wil ik jullie vragen het volgende stuk te lezen.

Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar hem te luisteren. Maar zowel de farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.
En als een vrouw tien drachmen heeft en er één verliest, steekt ze toch de lamp aan, veegt het hele huis schoon en zoekt ze alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft? En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.” Zo, zeg ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’
Lucas 15:1-10.

Wat ik het mooie vind aan dit stukje is dat de farizeeën en de schriftgeleerden lopen te mopperen, dat Jezus omgaat met tollenaars, prostituees, en allerlei van ´die´ mensen, maar dat Jezus hen op hun plaats wijst. Juist als schriftgeleerden en farizeeën die het zo goed weten, zouden ook zij juist daar moeten zijn, juist op die plek om te getuigen van Gods liefde, hen te helpen hun levens weer op te bouwen, in plaats van uit de hoogte te schreeuwen dat ze het fout doen. Jezus ziet juist om naar degenen voor wie de lat te hoog ligt. Daarvoor heeft hij zelfs zijn leven gegeven, om die lat zover omlaag te krijgen dat iedereen die Hem als brug gebruikt er toch overheen kan gaan, naar God toe. Daardoor maakt het niet uit hoe ´rechtvaardig´ je bent, Hij houdt van je zoals je bent, en wil je helpen, over die lat heen. God gaf zijn zoon uit liefde voor ons, om Zijn koninkrijk ook aan ons te geven, zodat wij daar ook deel van uitmaken. Hiervoor hoeven wij niets zelf te doen, we hoeven het niet zelf te verdienen, maar mogen ons beroepen op Hem, die het al voor ons verdiend heeft, op God die onze vader wil zijn, en onszelf aan hem geven! Dan zal Hij ons dopen met de heilige Geest, en ons leiden als zijn kinderen. Het koninkrijk van God is nabij, het is bij ons gebracht door zijn Zoon die hij ons gaf, die altijd bij ons is, tot aan de voltooiing van de wereld.

Dat is nou juist het mooie aan God! Zijn genade is zo groot, dat, ook al maken we fouten, we toch Zijn kinderen mogen zijn! Jezus heeft zijn hand naar ons uitgestrekt, pak die hand! God zal nooit loslaten, zoals ook gezongen wordt bij een van de filmpjes van mijn gadgets, van Matt Redman: You never let go! Dank u, Vader!

Een nieuw begin

Dan ben je van plan een tekst op te zoeken om een stukje over te schrijven, maar je ziet je bijbel nog openliggen op het stuk dat je die ochtend gelezen hebt, en waarvan je juist die ochtend dacht: Ja, dat had ik nou net even nodig. Ga je dan een andere tekst zoeken, of probeer je dat over te brengen wat je zag in die tekst? Ook al is het een wat langere tekst, en niet de makkelijkste, ik ga het er maar op wagen, en hoop dat de lezers door blijven lezen. Ik zal eerst even de situatie schetsen waarin de Bijbeltekst zich afspeelt: Het is Pinksteren (voor de mensen die het feest niet kennen: dan vieren christenen de uitstorting van de Heilige Geest). En het is niet zomaar een Pinksterfeest, het is de eerste keer, en het is een vreemde bedoening. Een stuk of 12 mannen rent de straat op, reageert heel enthousiast, spreekt in een behoorlijk aantal verschillende talen. Het ziet er zelfs zo vreemd uit, dat enkele mannen roepen dat ze wel dronken zullen zijn.

Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël:
“Aan het einde der tijden, zegt God,
zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten.
Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren,
jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.
Ja, over al mijn dienaren en dienaressen
zal ik in die tijd mijn geest uitgieten,
zodat ze zullen profeteren.
Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven
en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook.
De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed
voordat de grote, stralende dag van de Heer komt.
Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.”


Een duidelijke uitleg van Petrus, zou je zeggen. Want wat het zo duidelijk maakt, is niet dat hij het nou zo goed uitlegt, maar dat hij een tekst citeert die veel Joden uit die tijd kennen, een belofte uit het boek Joël, dat God aan het einde van de tijd Zijn Geest zal uitgieten. En die heeft nogal wat effect! Mensen zullen profeteren, visioenen zien, er zullen wonderen verschijnen. Dat is wat de discipelen dus deden, ze profeteerden, in veel talen, over God, over wat er met Jezus gebeurd was na zijn dood aan het kruis, en wat dat betekende voor de wereld!

Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden.
(...)
Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort. David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’


Jezus, die gekruisigd was door de mensen tot wie Petrus sprak, heeft de dood overwonnen, God heeft hem tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen! Nou, dat hoor je niet iedere dag. Daarnaast getuigen de discipelen er ook nog van dat ze hem hebben gezien, levend, na zijn kruisiging. Hij is daarna naar God gegaan, om de heilige Geest te sturen, die een Trooster is en een hulp, die ons gaven geeft om mee te bouwen aan het koninkrijk. En dat was niet het enige: Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen. En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. (Galaten 4:4-6). Door voor ons te sterven nam hij onze schuld op zich, die stierf met hem, en stond niet meer op toen Jezus werd opgewekt! We zijn vrijgekocht, woont door zijn Geest in ons, om God aan te roepen met Abba, wat Aramees is voor Vader (Aramees is de taal die Jezus sprak). Dit betekent dat wij, door wat Jezus heeft gedaan, hem mogen vragen, wat er ook met ons gebeurt, wat we ook gedaan hebben, om ons volledig schoon te maken van alles wat we ooit fout hebben gedaan, om vrij te zijn van alle schuld, van alle zonde. Vrij, dat betekent niet half vrij of een beetje vrij, dat betekent gewoon: verlost! Dat betekent dat onze schuld met hem sterft aan het kruis, en wij opnieuw opstaan met Hem! Zoals ik afgelopen week iemand in een film hoorde zeggen: ¨Nothing you ever did can make God love you any more or any less¨ (niets wat je ooit deed kan ervoor zorgen dat God ook maar een beetje meer of minder van je houdt). Hij houdt namelijk van ons, en wil dat wij proberen hem daarin te volgen, in hem zijn wij vrij en kan niets ons scheiden van Zijn liefde!

Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’
Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed
(Handelingen 2:14-24; 32-42).

Ik hoop dat jullie nu begrijpen waarom ik juist deze tekst wilde laten lezen, ook al was hij zo lang en vrij pittig. Enkele teksten uit het Nieuwe Testament zijn enorm goede handreikingen om het evangelie (=goed nieuws) uit te leggen, juist omdat ze toespraken beschreven aan mensen die nog weinig wisten van wat christendom was, er zelfs misschien nog nooit van gehoord hadden. Daarom wilde ik hem delen, en ik hoop en bidt dat het je aanspreekt, of je nou gelooft of niet!

Sons and Daughters of the Living God

Ik hoorde net een prachtig lied op een CD van Jason Upton, en wil deze graag delen door deze blog.

http://www.youtube.com/watch?v=SFSzqzkvcOA

Sons And Daughters - Jason Upton

Do you know
You´re a word from heaven
Do you know
You´re a child of God

Do you know
Do you really know

Every word sent down from heaven
Does not go back up
Until it´s succeeded
In what he sent it to do

Sons and daughters of the living God (repeat)

Do you know
All of heaven is waiting
All of creation is groaning
Crying out
With eager expectation

Sons and daughters of the living God (repeat)

It´s time...



Ik weet niet precies wat me zo raakt in dit lied, maar ik denk dat het komt door de zekerheid waarmee het gezongen wordt. We hoeven niet te twijfelen of we kinderen van God zijn of mogen zijn, doordat Jezus zijn leven gegeven heeft zijn we het al. We zijn zonen en dochters van de levende God, en dit mogen we steeds weer tot ons door laten dringen! Niets kan dit van ons afnemen, al voelt het soms wel zo. We hoeven niet te verdienen dat we bij Jezus mogen horen, hij is al bij ons, en stuurt zijn heilige Geest om ons te helpen, bij alles wat we doen! Is dat niet prachtig, dat we mogen geloven in een God die zo van ons houdt dat hij ons nooit los zal laten?

De roeping van Paulus

Indertijd vond ik dat ik de verspreiding van de naam van Jezus van Nazaret met kracht moest tegengaan, en daarvoor heb ik me in Jeruzalem dan ook ingezet. Met toestemming van de hogepriesters heb ik een groot aantal heiligen in de gevangenis laten opsluiten, en als ze ter dood gebracht werden gebeurde dat met mijn instemming. In de synagogen probeerde ik keer op keer hen door strafmaatregelen te dwingen hun geloof af te zweren; ik bestreed hen zo vurig dat ik hen zelfs in de steden buiten onze grenzen vervolgde. Zo was ik eens, met een volmacht van de hogepriesters en in hun opdracht, op weg naar Damascus, toen ik midden op de dag zag hoe een licht uit de hemel, feller dan de zon, mij en mijn reisgenoten omstraalde. We vielen allen op de grond en ik hoorde een stem in het Hebreeuws tegen me zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij? Je kwelt jezelf door je zinloze halsstarrigheid!” Ik vroeg: “Wie bent u, Heer?” De Heer antwoordde: “Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar kom nu overeind, sta op, want ik ben aan je verschenen om je aan te stellen als mijn dienaar, opdat je bekend zult maken dat je mij hebt gezien en zult getuigen van alles wat ik je nog zal laten zien. Ik zal je daarbij beschermen tegen je eigen volk en tegen de heidenen, naar wie ik je uitzend om hun de ogen te openen, zodat ze zich van de duisternis naar het licht keren, en van de macht van Satan naar God. Door het geloof in mij zullen ze vergeving krijgen voor hun zonden, en samen met allen die mij toebehoren zullen ze deel krijgen aan mijn koninkrijk.”
Ik heb dan ook gedaan wat me door deze hemelse verschijning werd opgedragen, koning Agrippa, en heb eerst aan de inwoners van Damascus en Jeruzalem, en aan allen die in Judea wonen, en later ook aan de heidenen verkondigd dat ze tot inkeer moesten komen en God moesten eren, en zich dienden te gedragen zoals dat bij hun nieuwe leven paste. Dat is de reden waarom de Joden me gegrepen hebben toen ik me in de tempel bevond en geprobeerd hebben me te vermoorden. Omdat God mij echter tot op de dag van vandaag bijstaat, blijf ik mijn getuigenis zonder onderscheid aan iedereen bekendmaken, en daarbij zeg ik niets anders dan wat volgens de profeten en Mozes moest gebeuren, namelijk dat de messias zou lijden en sterven en dat hij als eerste van de doden zou opstaan om aan zijn eigen volk en aan de heidenen het licht te verkondigen.’
Toen Paulus dat tot zijn verdediging aanvoerde, riep Festus: ‘U slaat wartaal uit, Paulus! Het vele studeren drijft u tot waanzin!’ Maar Paulus zei: ‘Het is geen wartaal, excellentie. Integendeel, wat ik zeg is waar en getuigt van gezond verstand. Bovendien weet de koning waarover het gaat, en daarom kan ik vrijuit tegen hem spreken. Ik denk niet dat iets hiervan hem is ontgaan, het heeft zich immers niet in een uithoek afgespeeld. Koning Agrippa, hecht u geloof aan de woorden van de profeten? Ik ben ervan overtuigd dat u dat doet.’ Agrippa zei tegen Paulus: ‘Dadelijk krijgt u me nog zover dat ik me voor christen uitgeef.’ Paulus zei: ‘Of het nu dadelijk is of niet, ik zou tot God willen bidden dat niet alleen u, maar allen die nu naar me luisteren net zo worden als ik, afgezien dan van deze boeien.’
- Handelingen 26:9-29.

Over bijzondere teksten gesproken, de bekering van Paulus vind ik altijd een van de meest bijzondere dingen die in het Nieuwe Testament staan. Het komt een paar keer voor, de ene keer schrijft hij het zelf, de andere keer verhaalt Lucas erover in handelingen. Lucas reisde mee met Paulus, en heeft het boek Lucas en het boek Handelingen geschreven. Het is zo´n krachtig voorbeeld van hoe God net dingen anders doet dan wij verwachten, want wie had nou verwacht dat Saul ooit christen zou worden, juist hij, die zo fel alle christenen vervolgde? Wat Jezus hier zegt vind ik ook altijd zo bijzonder: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij? Je kwelt jezelf door je zinloze halsstarrigheid!” Ik vroeg: “Wie bent u, Heer?” De Heer antwoordde: “Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar kom nu overeind, sta op, want ik ben aan je verschenen om je aan te stellen als mijn dienaar, opdat je bekend zult maken dat je mij hebt gezien en zult getuigen van alles wat ik je nog zal laten zien. Juist Saul maakt hij tot zijn dienaar. In de NBG-vertaling staat: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? Het valt u zwaar tegen de prikkels achteruit te slaan. Deze prikkels, wat zijn dat? Ik denk de prikkels die het christendom laat zien, Saul had al zoveel indrukken gekregen van het christendom, hij had Stefanus´ rede gezien en hij had al zoveel christenen gezien toen hij ze gevangennam. Wat we niet weten is wat er in het hoofd van Saul omging toen hij tegen de christenen inging. Was hij aan het twijfelen, werd hij verblind door halsstarrigheid? Toch werd die blindheid doorbroken door Jezus. Paulus zou vanaf dat moment zeker niet het makkelijkste leven leiden, maar het was een leven met Jezus. Hij had talenten gekregen van God, en vanaf het moment dat hij Jezus kende hielp deze hem, met zijn Geest, om die talenten te gebruiken om mensen te vertellen over wat Jezus gedaan heeft voor ons, dat Hij al onze zonden gedragen heeft en dat we altijd vrij tot Hem mogen gaan, wat we ook doen!

Na het schrijven van deze blog was er nog iets in me opgekomen waar ik het over wil hebben. Het is de gevangenschap van Paulus. Als je deze passage uit de bijbel leest, merk je dat het het laatste stuk is van een lange gevangenschap, Paulus had bij deze rechtszaak al 2 jaar in de gevangenis gezeten, en hierna werd hij verscheept naar Rome, waar hij een tijd onder huisarrest stond. Ook wij zitten soms gevangen, in onze gedachten, in verkeerde godsbeelden, in fouten die we keer op keer blijven maken. De enige manier om hier dan van vrij te komen is te bidden en God te vragen om hulp. Want Hij kan je helpen, en wil je Vader zijn! Jezus wil deze dingen uit ons hart weghalen, en er zelf gaan wonen, om ook jou deel te maken van Zijn koninkrijk, en hoe je je ook voelt, je moet weten dat Hij je nooit te min vindt en je nooit loslaat, en zielsveel van je houdt. In Hem zijn we altijd vrij!

How great is our God!

Zo, nu een keer een wat simpelere blog (of wat erop moet lijken). Want deze keer wil ik gewoon iets kwijt, namelijk dat God goed is en dat, ook al merken we dat niet altijd, Jezus bij ons is en ons opvangt als we vallen, dat we altijd bij hem terug mogen komen! Zelfs de haren op onze hoofden zijn geteld! Niet één mus wordt door God vergeten, en zijn wij niet meer waard dan een hele zwerm mussen, volgens Jezus? Wees niet bang, want niets kan ons scheiden van Zijn liefde!

Nog een mooi oud Engels lied:

http://www.youtube.com/watch?v=nhvaDJTUmrU

O Lord my God, when I in awesome wonder
Consider all the works Thy hands have made,
I see the stars, I hear the rolling/mighty thunder,
Thy pow'r thru-out the universe displayed!

(Chorus)
Then sings my soul, my Savior God, to Thee
How great Thou art, how great Thou art!
Then sings my soul, my Savior God, to Thee
How great Thou art, how great Thou art!

When thru the woods and forest glades I wander
And hear the birds sing sweetly in the trees,
When I look down from lofty mountain grandeur
And hear the brook and feel the gentle breeze,

(Chorus)

And when I think that God, His Son not sparing,
Sent Him to die, I scarce can take it in
That on the cross, my burden gladly bearing,
He bled and died to take away my sin!

(Chorus)

When Christ shall come with shout of acclamation
And take me home, what joy shall fill my heart!
Then I shall bow in humble adoration
And there proclaim, my God, how great Thou art!

(Chorus)


En een wat nieuwer lied:

http://www.youtube.com/watch?v=xi0yLRX4d2M

The splendor of a King,
clothed in majesty
Let all the earth rejoice,
all the earth rejoice
He wraps himself in light,
and darkness tries to hide
it trembles at his voice,
trembles at his voice

How great is our God,
sing with me
How great is our God,
and all will see
How great
How great is our God

And age to age He stands
and time is in His Hands
Beginning and the End,
Beginning and the End
The Godhead, three in one
Father, Spirit, Son
the Lion and the Lamb,
the Lion and the Lamb

Name above all names
Worthy of all praise
My heart will sing
how great is our God
Name above all names
you are worthy of all praise
and my heart will sing
how great is our God

How great is our God,
Sing with me
How great is our God,
and all will see
How great,
How great is our God

Vrucht dragen

Markus 4:1-20 En wederom begon Hij te leren bij de zee. En een zeer grote schare verzamelde zich bij Hem, zodat Hij in een schip ging en daarin nederzat op de zee, en de gehele schare was bij de zee op het land. En Hij leerde hun vele dingen in gelijkenissen, en Hij zeide tot hen in zijn onderwijs: Hoort. Zie, een zaaier ging uit om te zaaien. En het geschiedde bij het zaaien, dat een deel langs de weg viel, en de vogels kwamen en aten het op. Een ander deel viel op steenachtige bodem, waar het niet veel aarde had, en terstond schoot het op, omdat het geen diepe aarde had. Maar toen de zon opging, verschroeide het, en omdat het geen wortel had, verdorde het. En een ander deel viel in de dorens en de dorens kwamen op en verstikten het en het gaf geen vrucht. En het overige viel in goede aarde en opkomende en uitstoelende gaf het vrucht, en het droeg tot dertig-, zestig- en honderdvoud toe. En Hij zeide: Wie oren heeft om te horen, die hore. En toen Hij (met hen) alleen was, vroegen zij die in zijn omgeving waren met de twaalven, Hem naar de gelijkenissen. En Hij zeide tot hen: U is gegeven het geheimenis van het Koninkrijk Gods, maar tot hen, die buiten staan, komt alles in gelijkenissen, dat zij ziende zien en niet bemerken, en horende horen en niet verstaan, opdat zij zich niet bekeren en hun vergeven worde. En Hij zeide tot hen: Weet gij niet, wat deze gelijkenis betekent, en hoe zult gij dan al de gelijkenissen verstaan? De zaaier zaait het woord. Dit zijn degenen, die langs de weg zijn: waar het woord gezaaid wordt, en zodra zij het horen, komt terstond de satan en neemt het woord, dat in hen gezaaid is, weg. En evenzo zijn, die op steenachtige plaatsen gezaaid worden, degenen, die, zodra zij het woord horen, het terstond met blijdschap aannemen. Doch zij hebben geen wortel in zich, maar zijn mensen van het ogenblik; wanneer later verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komen zij terstond ten val. En een ander deel zijn degenen, die in de dorens gezaaid worden: dit zijn zij, die het woord horen, maar de zorgen van de wereld en het bedrog van de rijkdom en de begeerten naar al het andere komen erbij en verstikken het woord en het wordt onvruchtbaar. En dit zijn degenen, die in goede aarde gezaaid zijn: zij, die het woord horen en in zich opnemen en vrucht dragen, dertig- en zestig- en honderdvoud.

Deze gelijkenis is altijd al bijzonder geweest. Als je het stuk hierboven snel hebt overgelezen, omdat je het gevoel hebt het toch al te kennen, vraag ik je dat dan nog eens te doen, en dan rustig. Klopt alles met wat je al dacht dat erin staat? Voor mijn gevoel is dit namelijk typisch zo´n gelijkenis waar je altijd weer nieuwe dingen in ontdekt. En zo is het echt, want pas met onze bijbelstudiegroep lette ik op hele andere dingen dan toen ik de tekst zojuist nog eens overlas. Want toen werd me duidelijk wat ik met deze tekst aanmoet.

Het is een confronterende tekst, omdat hij ons confronteert met de dingen die de vreugde over het evangelie in de weg kunnen staan. Het is een waarschuwende tekst, dat je die dingen moet ontlopen. Toch zat er voor mijn gevoel nog sterker een belofte in. Eerder als ik de tekst las, schaarde ik me altijd bij een van de groepen bij wie het werd weggehaald. Totaal onbewust, maakte ik me zorgen over hoe ik moest zorgen dat ik bij Jezus mocht horen, Maar de laatste tijd (lees: weken) is hierin een omslag gekomen, omdat ik me meer en meer besef dat juist het je niet altijd zorgen daarover maken je helpt meer vrucht te dragen in je leven. We kunnen niet zelf verdienen om bij Jezus te mogen horen, we horen namelijk al bij hem, en God houdt ongelofelijk veel van ons. We zijn kinderen van Hem, juist door wat Jezus al heeft gedaan voor ons. Als je dat weet kun je vrucht dragen in je leven, dertig-, zestig- of honderdvoudig, want dan leeft Hij in je, en kan de duivel het niet meer weggrissen, want die is al eeuwen verslagen, en kan ons alleen maar in de weg zitten door ons te laten denken dat het niet zo is, en dat we niet goed genoeg zijn voor God.

Als je deze blog leest en je herkent je hierin, wil ik het boek ¨Overwinning over de duisternis¨ aanraden, van Neil T. Anderson. Zoniet, dan raad ik het alsnog aan. Het is een goed boek! Dat vind ik zelf tenminste. Wat ik in deze blog nog met jullie wil delen, is een van de twee lijsten uit het boek, waarvan de schrijver zegt dat het goed is om hem een paar keer hardop voor te lezen voor jezelf. En wees niet bang, want niets kan ons scheiden van de liefde van Christus!

Wie ben ik?

Ik ben het zout van de aarde
Matteus 5:13
Ik ben het licht van de wereld
Matteus 5:14
Ik ben een kind van God
Johannes 1:12
Ik maak deel uit van de ware wijnstok; ik laat Christus' leven zien
Johannes 15:1,5
Ik ben een vriend van Christus
Johannes 15:15
Ik ben uitverkoren en aangesteld door Christus om vrucht te dragen
Johannes 15:16
Ik sta in dienst van de gerechtigheid
Romeinen 6:18
Ik sta in dienst van God
Romeinen 6:22
Ik ben een zoon (of dochter) van God; God is mijn geestelijk Vader
Romeinen 8:14-15
Galaten 3:26; 4:6
Ik ben mede-erfgenaam met Christus
Romeinen 8:17
Ik ben een tempel van God. Zijn Geest woont in mij
1 Korintiërs 3:16; 6:19
Ik ben verbonden met de Heer en ik ben één van geest met Hem
1 Korintiërs 6:17
Ik maak deel uit van het Lichaam van Christus
1 Korintiërs 12:27
Efeziërs 5:30
Ik ben een nieuwe schepping
2 Korintiërs 5:17
Ik ben verzoend met God en help verzoening tot stand te brengen
2 Korintiërs 5:18-19
Ik ben een zoon van God en één in Christus
Galaten 3:26-28
Ik ben een erfgenaam van God, want ik ben een zoon/dochter van Hem
Galaten 4:6-7
Ik ben een heilige
Efeziërs 1:1
1 Korintiërs 1:2
Filippenzen 1:1
Kolossenzen 1:2
Ik ben gemaakt door God; ik ben wedergeboren in Christus om Zijn goede werk te doen
Efeziërs 2:10
Ik ben een medeburger van het volk van God, een lid van Zijn familie
Efeziërs 2:19
Ik ben een gevangene van Christus
Efeziërs 3:1, 4:1
Ik ben rechtvaardig en heilig
Efeziërs 4:24
Ik ben een hemelburger en heb op dit moment een plaats in de Hemel
Filippenzen 3:20
Efeziërs 2:6
Ik ben met Christus verborgen in God
Kolossenzen 3:3
Het leven van Christus is in mij zichtbaar om Hij mijn leven is
Kolossenzen 3:4
Ik ben uitverkoren door God, heilig en ten diepste lief gehad
Kolossenzen 3:12
1 Tessalonicenzen 1:4
Ik ben een zoon van het licht en niet van het duister
1 Tessalonicenzen 5:5
Ik ben een heilige en heb deel aan een hemelse roeping
Hebreeën 3:1
Ik ben deelgenoot van Christus; ik deel in Zijn leven
Hebreeën 3:14
Ik ben een van Gods levende stenen en wordt opgebouwd in Christus
1 Petrus 2:5
Ik ben een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk
1 Petrus 2:9-10
Ik ben een vreemdeling in deze wereld, waar ik slechts tijdelijk verblijf
1 Petrus 2:11
Ik ben een vijand van de duivel
1 Petrus 5:8
Ik ben een kind van God en ik zal gelijk zijn aan Christus als Hij terugkeert
1 Johannes 3:1-2
Ik ben geboren uit God en de duivel kan mij niets doen
1 Johannes 5:18
Ik ben niet de grote "IK BEN" (uit Exodus 3:14 en Johannes 8:24,28,58), maar door de genade van God ben ik wat ik ben (1 Korintiërs 15:10)


Deze lijst komt uit het boek ¨Overwinning over de duisternis¨ van Neil T. Anderson.

De Geest

Zo was er een farizeeër, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus. Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi,’ zei hij, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’ Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ ‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’ Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden. De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.’ ‘Maar hoe kan dat?’ vroeg Nikodemus. ‘Begrijpt u dit niet,’ zei Jezus, ‘terwijl u een leraar van Israël bent? Waarachtig, ik verzeker u: wij spreken over wat we weten en we getuigen van wat we gezien hebben, maar jullie accepteren ons getuigenis niet. Wanneer jullie me niet geloven als ik over aardse dingen spreek, hoe zouden jullie me dan geloven als ik over hemelse dingen spreek? Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon?
De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft. Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden. Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon. Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht. Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.’
Johannes 3:1-21

Een moeilijk stuk uit Johannes, misschien wel een van de moeilijkste, maar ook een van de mooiste. In de blog van gisteren had ik het al een beetje over het onderwerp wat ik uit deze tekst wil lichten, namelijk het geboren zijn uit de Geest, en wat dat inhoudt. Waar dat gisteren terugkwam was dat het goed is te leven in het heden, in plaats van steeds weer vooruit proberen te plannen. Ik merk bij mezelf dat dat soms erg moeilijk is, maar dat het wel is wat Jezus vraagt. Want wie geboren is uit de Geest is als de wind, zegt Jezus. Die waait waarheen hij wil, je hoort zijn geluid, maar weet niet waar hij vandaan komt of wat zijn bestemming is. Dit mogen we bij God leggen. Een voorbeeld is mijn studiekeuze, wat zou ik willen doen met theologie en hoe moet ik mijn opleiding daarvoor inrichten? Het is goed om daarover na te denken, maar niet goed om naar het eindpunt van die studie als iets wat al vastgelegd is toe te leven. Zonder God wordt ik toch nooit een goede spreker, zendeling, predikant of wat Hij ook wil dat ik word. Tegelijkertijd betekent dit ook dat het niet eens zoveel uitmaakt wat ik word, als ik het maar met Hem doe, en me laat leiden door zijn Geest! Dan is Jezus wel bij me. En zo is het denk ik met heel veel dingen in ons leven. Vaak gaan we vooruitplannen wat we willen doen, maar vergeten we te leven in het heden, in het nu, waar Jezus ons oproept om onze naaste lief te hebben als onszelf en Hem met heel ons hart, heel onze ziel en al ons verstand.

Ik denk dat de kern van deze passage is dat Jezus ons oproept ons leven bij Hem te leggen, en ons steeds weer te realiseren dat als we met Hem leven, en we onze blik op Hem gericht houden, hij ons zal laten zien wie Hij werkelijk is. Als we ons door hem wedergeboren laten worden, zal hij ons redden, en zullen we geboren zijn uit de Geest, en zullen we mogen leven voor Zijn koninkrijk, in liefde met Hem! Laat niets je tegenhouden dat aan te nemen van Hem, of je scheiden van Zijn liefde!

Nog een mooi lied: Jason Upton - Born of the Spirit