De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had genoemd, en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ - Mattheüs 28:16-20
In het evangelie van Mattheüs zijn dit Jezus´ laatste woorden. Het is het zendingsbevel, waarin Jezus ons de opdracht geeft te gaan in Zijn naam en alle volken tot zijn leerlingen te maken. Dat is nogal een opdracht!
Toch hoeven we het niet zelf te doen. In het Grieks staat dat Jezus zegt: ¨Zie, ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld¨. Dat is een heel concrete belofte, waarop wij ook mogen bouwen! We hoeven het niet alleen te doen. Jezus zei dit, zelfs al twijfelden enkelen van zijn leerlingen nog. Ik vraag me zelf vaak wel af of ik wel degene ben om mensen over Jezus te vertellen, omdat ik dan mijn fouten zie of onstandvastigheid. Misschien herken je dit, en kun je je eigen belemmeringen er zelf voor invullen. Weet dat je in alles wat je doet op God mag vertrouwen! Hij laat je niet los!
Toen hij verderging zag hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Levi stond op en volgde hem. Op een keer was hij bij Levi thuis uitgenodigd voor een maaltijd, samen met zijn leerlingen en een groot aantal tollenaars en zondaars, want velen van hen volgden hem. Toen de farizese schriftgeleerden zagen dat hij samen met zondaars en tollenaars at, zeiden ze tegen zijn leerlingen: ‘Eet hij met tollenaars en zondaars?’ Jezus hoorde dit en zei tegen hen: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’ - Markus 2:14-17
donderdag 30 september 2010
maandag 13 september 2010
Fundament
Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader. Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest - Efeziërs 2:14-22.
Paulus schrijft hier dat door Jezus wij de toegang hebben tot de Vader, tot God! Jezus heeft vrede gemaakt tussen God en ons door zichzelf te geven. En wat dat inhoudt schrijft Paulus eronder: Dat we geen vreemdelingen of gasten meer zijn bij God, maar burgers in Zijn Koninkrijk. Dat we een tempel mogen zijn waar God woont, en die gebouwd is op Jezus!
God laat ons niet alleen. We mogen Zijn wapenrusting aantrekken. Ik vind dit stuk uit Paulus altijd erg mooi:
Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.
Paulus schrijft hier dat door Jezus wij de toegang hebben tot de Vader, tot God! Jezus heeft vrede gemaakt tussen God en ons door zichzelf te geven. En wat dat inhoudt schrijft Paulus eronder: Dat we geen vreemdelingen of gasten meer zijn bij God, maar burgers in Zijn Koninkrijk. Dat we een tempel mogen zijn waar God woont, en die gebouwd is op Jezus!
God laat ons niet alleen. We mogen Zijn wapenrusting aantrekken. Ik vind dit stuk uit Paulus altijd erg mooi:
Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.
Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is - Efeziërs 6:10-20.
woensdag 1 september 2010
Anders
Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?” – dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last - Mattheüs 6:31-34.
Ik weet niet of je het herkent, maar ik heb wel eens dat ik me zo veel zorgen maak of ik alles wel goed doe of dat ik me afvraag of ik wel de goede richting op ga. Wat het mooie is aan God is dat Hij me dan steeds weer laat zien dat het om Hem gaat, dat ik mag vertrouwen op Zijn liefde, en dat Hij kracht geeft als ik het niet kan. Jezus zegt in dit stuk: vraag je niet allemaal dingen af, maak je geen zorgen, maar vertrouw op Mij en zoek het koninkrijk van God, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden!
Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer - Romeinen 8:38-39.
Ik weet niet of je het herkent, maar ik heb wel eens dat ik me zo veel zorgen maak of ik alles wel goed doe of dat ik me afvraag of ik wel de goede richting op ga. Wat het mooie is aan God is dat Hij me dan steeds weer laat zien dat het om Hem gaat, dat ik mag vertrouwen op Zijn liefde, en dat Hij kracht geeft als ik het niet kan. Jezus zegt in dit stuk: vraag je niet allemaal dingen af, maak je geen zorgen, maar vertrouw op Mij en zoek het koninkrijk van God, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden!
Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer - Romeinen 8:38-39.
vrijdag 27 augustus 2010
Niet op eigen kracht...
Op een dag gingen Petrus en Johannes zoals gewoonlijk omstreeks het negende uur naar de tempel voor het namiddaggebed. Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de tempel gebracht; hij werd daar elke dag neergelegd bij de poort die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de tempel. Toen hij zag dat Petrus en Johannes de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes. Petrus richtte zijn blik op hem, evenals Johannes, en zei: ‘Kijk ons aan.’ De bedelaar keek naar hen op, in de verwachting iets van hen te krijgen. Maar Petrus zei: ‘Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.’ Hij pakte hem bij zijn rechterhand om hem overeind te helpen. Onmiddellijk kwam er kracht in zijn voeten en enkels. Hij sprong op, ging staan en begon te lopen. Daarna ging hij samen met hen de tempel binnen, lopend en springend en God lovend. Alle tempelbezoekers zagen hem lopen en hoorden hem God loven. Ze herkenden hem als de bedelaar die altijd bij de tempelpoort had gezeten en waren buiten zichzelf van verbazing over wat er met hem was gebeurd.
De bedelaar klampte zich aan Petrus en Johannes vast, terwijl de hele menigte stomverbaasd rond hen samenstroomde in de zuilengang van Salomo. Toen Petrus dat zag, richtte hij het woord tot het volk: ‘Israëlieten, waarom bent u zo verbaasd en waarom staart u ons aan alsof het aan onze eigen kracht of vroomheid te danken is dat deze man weer kan lopen? Dit kon gebeuren omdat de God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob, de God van onze voorouders, aan Jezus, zijn dienaar, de hoogste eer heeft bewezen. Het is deze Jezus die door u is uitgeleverd en verstoten, ook toen Pilatus bereid was hem vrij te laten. U hebt de heilige en rechtvaardige verstoten en geëist dat aan een moordenaar gratie verleend zou worden. Hem die de weg naar het leven wijst hebt u gedood, maar God heeft hem uit de dood doen opstaan, en daarvan getuigen wij. Het komt door zijn naam en door het geloof in zijn naam dat deze man, die u hier voor u ziet en die u kent, kan lopen; het geloof dat Jezus schenkt, heeft hem in aanwezigheid van u allen gezond gemaakt. - Handelingen 3:1-16
Dit stuk tekst gaat over een verlamde man die genezen wordt. Ik las deze tekst met een Bijbelstudie, waarbij vooral ingegaan wordt op vers 12 en 16. Petrus geneest de man in Jezus' naam. Maar neemt hij zelf de eer op zich? Nee, hij vertelt dat het niet door zijn eigen kracht of vroomheid komt dat deze man is genezen, maar door God, door de kracht die Hij ons geeft door Jezus. De schrijver van de Bijbelstudie schrijft dat het er niet om gaat dat we vertrouwen in onszelf of op onze eigen kracht, maar om het vertrouwen in de kracht van God, in de liefde, de blijdschap en de vrede die Hij ons door de Heilige Geest geeft! Op die manier getuigt Petrus ook van Jezus, wat Hij heeft gedaan voor ons.
Dit stuk tekst gaat over een verlamde man die genezen wordt. Ik las deze tekst met een Bijbelstudie, waarbij vooral ingegaan wordt op vers 12 en 16. Petrus geneest de man in Jezus' naam. Maar neemt hij zelf de eer op zich? Nee, hij vertelt dat het niet door zijn eigen kracht of vroomheid komt dat deze man is genezen, maar door God, door de kracht die Hij ons geeft door Jezus. De schrijver van de Bijbelstudie schrijft dat het er niet om gaat dat we vertrouwen in onszelf of op onze eigen kracht, maar om het vertrouwen in de kracht van God, in de liefde, de blijdschap en de vrede die Hij ons door de Heilige Geest geeft! Op die manier getuigt Petrus ook van Jezus, wat Hij heeft gedaan voor ons.
vrijdag 20 augustus 2010
Vragen aan God
Daarna zei hij tegen hen: ‘Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: “Wil je mij drie broden lenen, want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.” En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: “Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt.” Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft. Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.’ - Lukas 11:5-13
In deze tekst spoort Jezus ons aan om dingen te vragen aan God, om te bidden, om aan te kloppen. Soms als ik bid denk ik bij mezelf: Bid ik wel goed? Zoiets kan je van God afhouden. Maar Jezus zegt hier iets heel anders: dat je bij God moet blijven aankloppen, als de man die midden in de nacht aanklopt bij zijn vriend en net zo lang blijft aankloppen tot hij de broden krijgt waarom hij vraagt. Zo is het ook met de Heilige Geest. Jezus zegt dat God je geen slang zal geven als je om een vis vraagt, of een schorpioen als je om een ei vraagt. Bij God mag je altijd aankloppen en vragen om hulp. Hij is trouw, en zal je niet laten vallen!
In deze tekst spoort Jezus ons aan om dingen te vragen aan God, om te bidden, om aan te kloppen. Soms als ik bid denk ik bij mezelf: Bid ik wel goed? Zoiets kan je van God afhouden. Maar Jezus zegt hier iets heel anders: dat je bij God moet blijven aankloppen, als de man die midden in de nacht aanklopt bij zijn vriend en net zo lang blijft aankloppen tot hij de broden krijgt waarom hij vraagt. Zo is het ook met de Heilige Geest. Jezus zegt dat God je geen slang zal geven als je om een vis vraagt, of een schorpioen als je om een ei vraagt. Bij God mag je altijd aankloppen en vragen om hulp. Hij is trouw, en zal je niet laten vallen!
woensdag 28 juli 2010
Durven vertrouwen
Pas toen we veilig en wel aan land waren gekomen, hoorden we dat het eiland Malta heette. De plaatselijke bevolking gedroeg zich buitengewoon vriendelijk: ze verwelkomden ons en staken een vuur aan omdat het was gaan regenen en het koud was. Paulus sprokkelde een grote bos dor hout en legde die op het vuur, maar door de hitte kwam er een gifslang uit kruipen die zich in zijn hand vastbeet. Toen de Maltezers het beest aan zijn hand zagen hangen, zeiden ze tegen elkaar: ‘Die man is vast een moordenaar. Hij is aan de zee ontsnapt, maar Dikè wil niet dat hij blijft leven.’ Paulus schudde de slang echter van zich af in het vuur en bleef volstrekt ongedeerd. De Maltezers verwachtten dat zijn hand zou opzwellen of dat hij plotseling dood zou neervallen. Maar toen ze na geruime tijd zagen dat hem nog steeds niets mankeerde, veranderden ze van mening en zeiden dat hij een god was.
Niet ver daarvandaan lag een landgoed, dat het eigendom was van de gouverneur van het eiland, een zekere Publius. Hij liet ons bij zich komen en onthaalde ons drie dagen lang bijzonder gastvrij. Het geval wilde dat de vader van Publius ernstig ziek op bed lag, gekweld door koorts en buikloop. Paulus ging naar hem toe, legde hem onder gebed de handen op en genas hem. Daarna kwamen ook de andere zieken op het eiland naar hem toe en kregen hun gezondheid terug. Ze overlaadden ons met eerbewijzen en voorzagen ons bij ons vertrek van alles wat we nodig hadden.
Een bijzonder stukje, waar ik zelf vaak snel overheen lees. Waarom? Ik weet het niet, misschien sprak het me eerder niet zo aan. Toch sluit het helemaal aan bij hoe ik me soms voel, en misschien herken je dat. Dan zie je allemaal apen en beren, je vraagt je af waarom je alle dingen doet die je doet en of het niet anders/beter kan. En juist daarbij vind ik dit een geweldige Bijbeltekst! Weet je waarom? Paulus blijft hier helemaal rustig, schudt de slang af in het vuur en vertrouwt op God. Hij twijfelt er niet eens aan, zo lijkt het in ieder geval, dat het allemaal goed komt. En dat vind ik geweldig, dat dat gewoon mag. Gewoon, alle vragen van je afschudden en achter Jezus aan gaan!
Niet ver daarvandaan lag een landgoed, dat het eigendom was van de gouverneur van het eiland, een zekere Publius. Hij liet ons bij zich komen en onthaalde ons drie dagen lang bijzonder gastvrij. Het geval wilde dat de vader van Publius ernstig ziek op bed lag, gekweld door koorts en buikloop. Paulus ging naar hem toe, legde hem onder gebed de handen op en genas hem. Daarna kwamen ook de andere zieken op het eiland naar hem toe en kregen hun gezondheid terug. Ze overlaadden ons met eerbewijzen en voorzagen ons bij ons vertrek van alles wat we nodig hadden.
Een bijzonder stukje, waar ik zelf vaak snel overheen lees. Waarom? Ik weet het niet, misschien sprak het me eerder niet zo aan. Toch sluit het helemaal aan bij hoe ik me soms voel, en misschien herken je dat. Dan zie je allemaal apen en beren, je vraagt je af waarom je alle dingen doet die je doet en of het niet anders/beter kan. En juist daarbij vind ik dit een geweldige Bijbeltekst! Weet je waarom? Paulus blijft hier helemaal rustig, schudt de slang af in het vuur en vertrouwt op God. Hij twijfelt er niet eens aan, zo lijkt het in ieder geval, dat het allemaal goed komt. En dat vind ik geweldig, dat dat gewoon mag. Gewoon, alle vragen van je afschudden en achter Jezus aan gaan!
woensdag 7 juli 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)